Gearchiveerd onder: Uncategorized
De zomer van 2010. Hassan El Mouataz schrikt zich allicht meerdere hoedjes. Nadat hij de drie afgelopen seizoenen een basisplaats op de Lokerse linksachter had bekleed, zag het er naar uit dat jeugdproduct Laurens De Bock de competitie zou aanvatten op positie 5. Toen deze laatste op het eind van de voorbereiding geblesseerd uitviel, bleek dat El Mouataz zelfs maar 3de keus was. Want niet hij, maar ene Derrick Katuku Tshimanga vatte onder nieuwe trainer Peter Maes de competitie aan als linksachter.
Eind augustus 2011. Lokeren speelt thuis tegen OHL, maar van Derrick Tshimanga geen spoor op het wedstrijdblad. Officiële versie: “ziek”. Realiteit: de speler wordt heen en weer geslingerd tussen Lokeren en Genk, met in het theather- en communicatiestuk een niet geringe rol voor zijn manager. Enkele weken geleden zei de speler in Het Nieuwsblad het volgende over zijn zaakwaarnemer: “Hij deed rare uitspraken en ik kreeg constant telefoontjes. Ik kon zelfs niet meer slapen en had een ziektebriefje nodig tot 31 augustus. Dat was geen komedie. Ik was echt ziek.”
9 Januari 2011. La Dernière Heure meldt dat Derrick Tshimanga voor een transfersom van 2,5 miljoen euro naar Genk trekt. Dit bericht wordt een dag later genuanceerd door Genk, stellende dat men er nog niet uit is met de eenmalige Rode Duivel én dat er nog medische testen moeten worden afgenomen. Ervan uitgaande dat beide zaken positief zullen verlopen, staat niets nog een definitieve transfer in de weg.
Wat is er nu in dat anderhalve jaar gebeurd? Wel, simpel: Tshimanga heeft zich ontpopt tot één van de beste flankverdedigers van België.
Vorig jaar eindigde Lokeren met een quasi volledig nieuwe centrale as (Maric, Taravel, Persoons, De Ceulaer) 5de in de reguliere competitie. Deze vier nieuwe ervaren spelers vormden samen met Kilian Overmeire en Ivan Leko een stabiele basis, waarin duidelijk de hand van nieuwe veldheer Peter Maes kon worden ontwaard. Toch was het echter de jonge in Kinshasa geboren parel Derrick Tshimanga die het Lokerse publiek soms een enorme golf van enthousiasme – en soms ongeloof – bezorgde. Vooral in verdedigend opzicht was hij onklopbaar. Het was een tijd dat wanneer de bal naar Legaer (Anderlecht), Dalmat (Club Brugge) of Carcela (Standard) ging, de Waaslandse supporter dacht: “Ah, laat ze dat maar doen. Tshimanga lost dat wel even op”. De pijlsnelle linksachter keek op geen sprintje of tackle. Zonder in overdreven superlatieven te vervallen; soms vernederde hij zijn rechstreekse tegenstander echt.
Goed, een snelle linksback dus. Maar enkel daarvoor betaal je toch geen 2,5 miljoen? Neen, dat klopt. Wat Tshimanga zo goed maakt, is zijn passing en vooral zijn snelheid van uitvoering. Waar andere backs geen uitweg zien en een lange bal zouden trappen, slaagt ‘Tshimmie’ er toch nog in om ogenschijnlijk op simpele wijze de bal tussen enkele tegenstanders door te passen. Daarnaast heeft hij ook een degelijke voorzet, wat hem ook voor een ploeg die vaak de bal heeft – en in de eerste plaats wil aanvallen – een ideale linksachter maakt. Kortom, Tshimanga toonde in enkele maanden zoveel vooruitgang en potentie, waardoor zeer snel alle Belgische topclubs interesse toonden. De snelle opmars van de jonge flankverdediger werd zelfs door Georges Leekens beloond met een korte invalbeurt tegen Slovenië. Dat deze invalbeurt hem maar gegund werd nadat ongeveer elke linksvoetige verdediger én middenvelder had afgehaakt, kon Tshimanga (en ongetwijfeld ook Roger Lambrecht) weinig schelen.
Toch moeten we ook kritisch blijven. Tshimanga heeft immers ook een zwak punt, met name zijn positiespel. Bijna iedere wedstrijd gebeurt het wel enkele keren dat een opkomende flankverdediger van de tegenstander vrij een voorzet kan trappen vanuit Tshimanga’s zone. In plaats van de man die de bal ontvangt, aan te vallen, kijkt hij om zich heen waar de rechtermiddenvelder/-aanvaller loopt: “Waar is mijn rechtstreekse tegenstander?”. Vervolgens roept hij naar Mokulu of De Pauw (spelers die linksbuiten spelen bij Lokeren) om die opkomende back te dekken. Waarna telkens een vrije voorzet kan getrapt worden en er dus gevaar dreigt. Nu is dat in België niet zo een groot probleem, aangezien er weinig Dani Alvessen of Maicons rondlopen, maar op Europees niveau worden deze positionele fouten wel afgestraft. Allicht kunnen we hier de Lokerse opleiding vrij spreken van enige blaam. Tshimanga speelde immers tot zijn 17de bij clubs zoals Wilrijk en Duffel, die de kunst van het in zone verdedigen minder beheersen dan de topjeugdopleidingen.
Ook zijn fysieke gesteldheid is voor Tshimanga belangrijk. Als speler die vooral op kracht en explosiviteit teert, moet hij 100% fit zijn om het beste uit zichzelf te halen. Een kuitbeenbreuk en een barst in hetzelfde kuitbeen gooiden het afgelopen jaar roet in het eten, waardoor er ook vele matchen werden gespeeld waarbij de Lokeren-fans (en allicht ook vele scouts) op hun honger bleven zitten.
Zijn fysieke gesteldheid en relatief zwakke positiespel in acht genomen, is deze transfer toch een goede zaak voor alle vier de partijen. Ten eerste uiteraard voor de speler zelf: een transfer van Lokeren naar Racing Genk is sowieso een mooie stap. Daarnaast profiteert ook Sporting Lokeren van deze deal: met deze mooie transfersom (en misschien een percentage op de transfersom bij een eventuele doorverkoop), zal Roger Lambrecht allicht niet klagen dat Willy Reynders hem destijds heeft kunnen overtuigen om Tshimanga’s treinabonnement te betalen. Bovendien beschikt Lokeren over een goede back-up (de 19-jarige Laurens De Bock, basisspeler bij de Belgische beloften) voor Tshimanga. Normaliter kan ook Genk zeer tevreden zijn over deze transfer. Een nuchtere jongen die ze zowel in aanvallend als verdedigend opzicht veel zal bijbrengen én die kans maakt om in de toekomst regelmatig opgeroepen te worden voor de nationale ploeg: als dit scenario uitkomt, zal blijken dat de betaalde 2,5 miljoen euro een, zoals dat dan zo mooi heet, ‘correcte prijs’ is geweest.
Last but not least profiteert ook Het Belgisch Voetbal van deze transfer. Het toont aan dat het nog steeds mogelijk is om jonge talenten in België op te leiden, waarna ze vervolgens aan een Belgische topclub worden verkocht, om zich daar verder te ontwikkelen.
Geef een reactie tot nu toe
Plaats een reactie
